Jaargang 40

Het periodiek ‘Grueles’ bevat artikelen over de activiteiten van de verschillende secties en over actuele en dorpseigene zaken in makkelijk leesbare en rijk geïllustreerde vorm. Het verschijnt vier maal per jaar: met Pasen, met de Bronk, met de Septemberkermis en met Kerstmis.

De hele uitgave, uitgezonderd het drukwerk, wordt in eigen beheer verzorgd. Het tijdschrift heeft ongeveer 900 abonnees, waarvan een respectabel aantal buiten Gronsveld en Rijckholt.
 

Foto_08.tif

't Groet sjtök mäoke

Anekdote bij Kên d'r hön nog? Bèr Jaspars

Bèr is er trots op dat hij bij de brandweer is en dat mogen de Gronsveldenaren best weten. Bij een grote brand aan de Stationsstraat scheurt Bèr met de brandweerwagen richting de plek des onheils. Hij stuurt de auto met loeiende sirene en blauwe zwaailichten over de Rijksweg en slaat dan rechtsaf, de 'Pötsjtèg' af. Spektakel in het dorp, dus er staan behoorlijk veel mensen te kijken. Bèr doet er nog een schepje 'gas' bovenop. Eenmaal bij het tunneltje (bij de A2) komt Bèr erachter dat de brandweerauto veel te hoog is... Dat was hij even vergeten. Hij moet terug, dus mag hij voor de tweede keer in zeer korte tijd met alle toeters en bellen door het dorp rijden. Gelukkig wordt uiteindelijk tóch het sein 'brand meester' gegeven.  

alg05002.jpg

Zit benzien drién?

Anekdote bij Kên d'r hön nog? Bèr Jaspars

Bèr, Karel en Jo zijn als 'koejoûnge' op pad. Bij de Blokhut staat al een tijdje een oude auto geparkeerd. De drie vrienden onderzoeken de mogelijkheden of ze met dit voertuig 'get kênne oétzitte'. Daarvoor moeten ze eerst weten of er nog wel benzine in de tank zit. Bèr draait de tankdop los en staart in de duisternis. Een zaklamp hebben ze niet bij zich, maar een aansteker altijd. Bèr zal wel even kijken. Er volgt een steekvlam; Bèr kan niet tijdig wegduiken en loopt brandwonden op. Misschien wordt door deze actie de kiem gelegd voor zijn carrière bij de brandweer...

Merûile gezeuk

Anekdote bij Kên d'r hön nog? Bèr Jaspars

Kameraad Jo Reintjens is in het Savelsbos 'merûile' gaan zoeken. Hij is er zo op gebrand om de eerste morieljes van het seizoen te vinden dat hij alles en iedereen even vergeet. Ook dat hij ernstig naar de wc moet. Hij haast zich het bos uit, maar gaat het niet redden tot thuis. In het Vroendel passeert hij de wei van Bèr. Hij weet waar de sleutel van de keet ligt en besluit om, uit nood en als grap, zijn boodschap midden op de vloer van de keet achter te laten. Hij wandelt opgelucht het dorp in en komt Bèr tegen; die is op weg naar zijn wei. Ze maken een praatje en vervolgen hun weg. Jo weet wat er komen gaat. Thuis spiekt hij vanachter de gordijnen of Bèr er aankomt. Dat gebeurt... Bèr bonkt op de deur, maar Jo laat zich niet zien. Dan probeert Bèr het achterom, bij de slagerij van Reintjens. Hij stormt de winkel binnen, Thuur en Bèr Reintjens en Theofile Goessens zijn aan het werk. In een volle zaak roept Bèr van Vic: "Dèn oonnöt van uch hèt ién de keet gesjiëte!" en verlaat dan het pand zonder op een antwoord te wachten. 

PHOTO-2020-12-12-11-13-48.jpg
Foto 3 brandweer sport (2).jpg

De Jasper, altijd behulpzaam

Anekdote bij Kên d'r hön nog? Bèr Jaspars

De brandweermannen helpen elkaar natuurlijk ook, al is dat soms van het bed op het stro. Collega Thiessens wil een kist achterop het bagagerek van zijn klassieke cabriolet monteren. Collega Kerckhoffs, van huis uit timmerman, fabriceert de kist en Bèr, die altijd behulpzaam is, zal de kist op de auto bevestigen. Bèr vraagt aan Thiessens of hij de kist in de juiste positie tegen de achterklep wil aandrukken, zodat er tegendruk is bij het boren. Bèr boort allereerst door de achterklep, vervolgens door de kist en ten slotte door de hand van Thiessens. Bèr handelt op onnavolgbare wijze: hij rent de kazerne in, sluit de poort en roept: “Hié wêl ich wyjer niks mêt te mäoke hebbe.” De rest van die dag heeft niemand hem meer gezien.

De noûwe kommandaant

Anekdote bij Kên d'r hön nog? Bèr Jaspars

Er wordt een nieuwe commandant aangesteld in Maastricht, ene Delnoy uit Kerkrade. Deze ‘buitenstaander’ zal wel even orde op zaken komen stellen. Dat zijn in ieder geval de verhalen die de ronde doen nog voordat de man een voet in de kazerne gezet heeft. In de kantine zitten Bèr en enkele collega’s, onder wie Jo Jurkiewicz, bij elkaar aan tafel. De nieuwe commandant zit er ook bij; hij maakt een praatje om de manschappen beter te leren kennen. Jo zit met een vulpen in zijn handen te ‘klooien’, de commandant draagt zijn gladgestreken uniformhemd. Plotseling vliegt er een kwak inkt uit de pen op het overhemd van Delnoy. Die is des duivels en stormt vloekend de kantine uit. Bèr schrikt van deze reactie en vraagt aan Jo: “Wat dèis tich noé?” Jo reageert nonchalant en zegt dat het hem niet veel uitmaakt, het is maar een vlek. Dan verschijnt de commandant in de deuropening van zijn kantoor en buldert: “Jurkiewicz, NU op mijn kantoor!” Jo blijft er nog steeds uiterst kalm onder en lijkt zich om het gebeurde weinig zorgen te maken. Bèr gaat uit voorzorg én ter ondersteuning mee naar kantoor. De commandant brandt los en zegt dat Jo te ver is gegaan en dat hij zijn spullen maar uit zijn locker moet gaan halen. Jo blijft stoïcijns: “Dat ês good, dan heb ich vrié.” De commandant wijst hem er vervolgens op dat hij op staande voet ontslagen wordt. “Dan heb ich ëve good vrié”, is de reactie. Bèr begint nu toch ongerust te worden; het zal toch niet zo zijn dat zijn kameraad dankzij een inktvlek op straat wordt gezet? Bèr springt in de bres voor Jo en probeert de boel te sussen. Het helpt echter niet: Jo toont geen enkele vorm van berouw en de commandant wordt alleen maar kwader. Dan staat Jo op en loopt naar zijn kast om zijn spullen te pakken. Bèr loopt enigszins ontredderd met hem mee en probeert in een laatste wanhoopspoging Jo ervan te overtuigen dat hij zijn excuses moet gaan aanbieden. Jo ziet dat niet zo zitten. Niet veel later blijkt dat de hele situatie doorgestoken kaart is: Jo heeft het plan, samen met de commandant, in scène gezet om Bèr te 'bugele'.

ker01075_edited.jpg